Foto: Caroline

Vijf mei

Column Caroline van Kappel

Ze ontmoeten elkaar voor het eerst in het ziekenhuis in Berlijn. Zij als verpleegster uit Bernau, een Oost-Duits stadje vlakbij Berlijn, waar haar vader hoofdonderwijzer is.

Hij is als geneeskundestudent in Groningen in zijn laatste jaar door de Duitsers gedeporteerd en als arts in het ziekenhuis te werk gesteld.Hij is de eerste in zijn familie -die een houtfabriekje in Hoogezand bezit- die gaat studeren. Hij en zij zijn allebei begin twintig. Zij is klein van stuk en omdat hij lang genoeg is, helpt hij haar met het neerlaten van de jaloezieën in het ziekenhuis.

Zo begint het in 1942. Het is niet net een doktersroman. De hoedanigheid van arts verleent hem allerminst een status van onschendbaarheid. Integendeel, hij is een gemakkelijke prooi voor het strenge Duitse militaire regime dat in het ziekenhuis heerst. Als Nederlander krijgt hij geen enkele bewegingsvrijheid en wordt hij voortdurend vernederd en met minachting en wantrouwen behandeld. Zo houdt een Duitse officier hem op een dag zonder aanleiding langdurig onder schot terwijl hij een patiënt onderzoekt. Waarom die executie uiteindelijk niet doorgaat heeft hij nooit geweten, misschien doordat de verpleegster opeens binnenkwam.

Hoe dan ook, zij wordt zwanger en als de Russen Duitsland komen bevrijden is ze nog maar een paar dagen daarvóór bevallen. De Russen vallen niet alleen Duitsland binnen, maar ook letterlijk haar ouderlijk huis in Bernau en ze hoort - verstopt in een keukenkast - hoe ze haar zusje verkrachten. Hoewel de Russen als "de bevrijders" gelden, trekken ze plunderend door de straten en gedragen zich als barbaren.

Hij, zij, hun pasgeboren zoon en verder helemaal niets, vluchten te voet richting Nederlandse grens, die ze pas na meer dan een week bereiken. Ze zijn dan misschien net een maand getrouwd. Het blijkt een gouden ingeving te zijn geweest om nog voor vertrek uit Berlijn te trouwen. En net op tijd. Zonder trouwakte zou zij als Duitse vrouw met kind, van hem als Nederlander, aan de grens gescheiden zijn. Nu worden ze alle drie in Nederland toegelaten.

Ze trekken in bij "tante Ee" die in een klein dorpje in Friesland woont. Zij wordt daar als Duitse vrouw zo vlak na de oorlog niet echt met open armen ontvangen. Hij maakt zijn studie af en wordt huisarts in een ander Fries dorp. Daar krijgen ze nog vier kinderen.

De oudste zoon werkt jarenlang met zijn vader samen voor hij uiteindelijk de huisartsenpraktijk overneemt. Als de jongste zoon trouwt worden de Duitse verpleegster en de Nederlandse arts mijn schoonouders.

Meer berichten