Foto: Caroline

Dode met verlof

Column Caroline van Kappel

Ik droomde dat hij er opeens weer was. Hij had gewoon zijn plaats weer ingenomen, alsof hij nooit was doodgegaan. Er was sprake geweest van een misverstand, dat was het enige dat hij erover zei. Ik drong niet aan, ik wilde het niet verpesten, als hij maar bleef was ik blij. Ik moest dat ook weer niet overdrijven, vond hij, er was uiteindelijk toch niets veranderd? Ik moest er vooral geen punt van maken. 

'We gaan vandaag naar Bloemen' en ik vulde aan 'aan zee'. 'Nee naar Bloemen, dat is prachtig in april. We gaan kamperen en iedereen gaat mee'. Drie -opeens weer heel jonge- kinderen op de achterbank en de hond er overheen. Hij schakelde en wij reden automatisch mee. De zon scheen de hele weg en we zongen 'Om te janken zo mooi' mee met Maarten van Roozendaal.

De tent wapperde beige in de duinen. De golven zwollen aan en wij zwommen mee. 's Middags viel hij languit in de tent in slaap met zijn handen in zijn oksels. Net een gestrande vlieger. We schilden aardappels tot schijfjes en bakten chips in een steelpan.

's Avonds speelden we een spel dat de jongste had bedacht: 'Je-schaamt-je-dood'. We moesten van elkaar raden waar we ons het meest voor schaamden. 'Wat een geweldig goed idee, begin maar met mij, ik ben de eerste wel' zei ik. 'Je scheve voortand?' vroeg de een, 'je luie oog?' de ander. 'Dat je niet kunt zingen?' en 'dat je de domste van ons bent?' 'al die rimpels?'

Ze raakten steeds beter op dreef. Toen ze niets meer konden bedenken vroegen ze: 'Nou wat is het dán?' Maar ik had er helemaal geen zin meer in. Het was wel mooi zo. Er hoefde echt niets meer aan te worden toegevoegd.

Maar ik kwam er natuurlijk niet onderuit. 'Dat ik slecht tegen kritiek kan' gaf ik uiteindelijk toe. Ze waren stomverbaasd. Dat was ze nou nooit zo opgevallen. Dat viel toch wel mee? Langzaamaan werd het donker. Rondom het kampvuur werden de spelregels aangepast. De opdracht was nu: Je-bent-een-ster-in...

We moesten van elkaar raden waar ieder van ons het meest trots op was. Daar vonden we elkaar meteen in. Onze grootst gemene deler. Die straalde tot ik 's morgens wakker werd.

Meer berichten