Foto:

Als woorden ontbreken...

column Henk Kroese

In de carnavalskraker 'Dat is het einde!' draait het om momenten waarop je even niet weet wat je moet zeggen: 'Daar zijn geen woorden voor, ja, dat is tralala lala lala...'. Ik denk dat iedereen wel van die momenten kent. Dat zijn niet altijd lollige momenten. Zo herinner ik me een feestje – ik zal veertien geweest zijn – waar een meisje was waarop ik al een tijdje verliefd was. Bij een schrikkeldans kwam ze naar me toe en vroeg 'Zullen we dansen?' Ik knikte maar was volkomen uit het veld geslagen. Ik snapte wel dat dit dé gelegenheid was om haar te vertellen dat ik haar heel leuk vond, maar mijn keel zat op slot. Ik kon geen woord uitbrengen.

Als je geen woorden hebt, kun je het altijd nog met iets anders proberen. Muziek bijvoorbeeld. Ik was vorige week bij het Alzheimer-café - iedere eerste woensdag van de maand in het Ewoud & Elisabethgasthuis. Het ging over muziek. Hoe muziek jong en oud kan stimuleren. Een peuter die niet aangekleed wil worden, kun je afleiden met een liedje. Het ritme van de regels helpt de kleine ongemerkt in de kleertjes. Dat werkt ook bij ouderen en in het bijzonder bij ouderen die zichzelf niet meer meester zijn. Wie aan dementie lijdt, kan soms de woorden niet meer vinden, of de gedachten niet meer ordenen. Dan wordt het voeren van een gesprek moeilijk. Maar samen zingen kan soms nog heel goed. Dan kunnen de zoekgeraakte woorden soms zomaar terugkomen.

"kunnen zeggen wat je denkt"

Hoewel ik als gewezen 'dienaar van het woord' behoorlijk taalvaardig ben, overkomt het ook mij dat ik met de mond vol tanden sta. Er zijn van die situaties waarin je niet weet wat je moet zeggen. Als het kwaad onschuldige mensen treft, - bij geweld op straat bijvoorbeeld - is mijn eerste reactie er één van verbijstering en sprakeloosheid. Ik weet geen woord uit te brengen. Rondom een sterfbed wordt vaak veel gezwegen. Wat moet je zeggen? Welk woord is hier passend? Hoe kun je elkaar nog troosten oog in oog met de dood? Soms is zwijgen ook het beste wat we kunnen doen.


De Hongaarse schrijver Sandor Marai vertelt in zijn boek 'Land, land!...' hoe hij in 1944 na de vlucht van de Duitsers uit zijn land door de optrekkende Russen gevangen werd genomen omdat hij een 'burger' is en dus een vijand van het communisme. Als hij na een aantal dagen wordt verhoord, antwoordt hij op de vraag wat zijn beroep is: 'schrijver'. Op dat moment verandert er iets. Hij wordt met respect behandeld, krijgt zijn spullen terug en wordt in vrijheid gesteld. Verbaasd over wat hem overkomt, vraagt hij buiten de gevangenismuren aan een hoog te paard zittende commandant: 'Waarom mag ik nu vertrekken? Zijn schrijvers zo belangrijk voor jullie...?' De commandant denkt een poosje na en zegt: 'Omdat jullie schrijvers kunnen zéggen wat wij alleen maar kunnen dénken!'

Die woorden heeft Sandor Marai de rest van zijn leven boven zijn bed gehangen. Hij beschouwde ze als het grootste compliment dat men hem als schrijver kon geven. Wie de goede woorden weet te vinden, kan ons redden van sprakeloosheid.

Meer berichten